Een marketeer vroeg ons laatst waarom er nieuwe aanvragen binnenkwamen met 'via ChatGPT' als ingevulde bron, terwijl het analyticspakket nul verwijzingen liet zien. Dat gat is precies het probleem. Een AI-assistent geeft een antwoord, geen klik. En wat geen klik oplevert, verschijnt niet in je rapportage.
GEO staat voor generative engine optimization: zorgen dat je merk voorkomt in antwoorden van ChatGPT, Perplexity, Gemini en Copilot. Over optimaliseren is al veel geschreven. Dit artikel gaat over de stap daarvoor: meten waar je nu staat. Zonder nulmeting weet je straks niet of je werk iets deed.
Waarom je huidige dashboard dit niet oppikt
AI-antwoorden gedragen zich anders dan zoekresultaten. Dat heeft praktische gevolgen voor je meting.
- Geen klik, geen referrer. Iemand leest je naam, onthoudt hem en typt hem later rechtstreeks in. In je data heet dat direct verkeer.
- Antwoorden zijn niet-deterministisch. Dezelfde vraag, twee minuten later, kan een ander lijstje opleveren. Eén meting zegt niks.
- Personalisatie speelt mee. Chatgeschiedenis, locatie en account beïnvloeden het antwoord dat jij ziet.
- Er is geen positie 1 tot en met 10. Je wordt genoemd of niet. Hooguit kun je kijken of je vooraan of achteraan in de opsomming staat.
- De platforms verschillen. Perplexity toont bronnen prominent en levert daardoor wel klikken. ChatGPT linkt soms, en lang niet altijd naar de partij die het noemt.
Wat je wél kunt meten
Je kunt geen ranking meten. Je kunt wel vijf dingen vastleggen die samen een bruikbaar beeld geven.
- 1Vermeldingsfrequentie. In hoeveel procent van een vaste set vragen word je genoemd? Dit is je belangrijkste getal.
- 2Positie binnen het antwoord. Sta je als eerste suggestie of als zesde naam in een rij van acht?
- 3Context en sentiment. Word je genoemd als specialist, als goedkope optie, of als voetnoot bij een concurrent?
- 4Geciteerde bronnen. Welke URL's gebruikt het model om het antwoord te onderbouwen? Vaak zijn dat niet je eigen pagina's, maar vergelijkingssites, vakmedia of forums.
- 5Zelfgerapporteerde herkomst. Voeg één open of meerkeuzeveld toe aan je formulier: 'Hoe kwam je bij ons terecht?' Het is niet zuiver, maar het is de enige plek waar de AI-assistent zichzelf verraadt.
Bouw eerst een promptset
De kwaliteit van je meting staat of valt met je vragenlijst. Niet met je tool. Stel een set van dertig tot vijftig vragen samen die je doelgroep echt zou stellen, en houd die set daarna vast. Verander je de vragen elke maand, dan meet je ruis.
Verdeel de vragen over vier types:
- Categorievragen: 'beste [dienst] voor [type bedrijf] in Nederland'
- Probleemvragen: 'hoe los ik [probleem] op als ik een klein marketingteam heb'
- Vergelijkingsvragen: '[jouw merk] versus [concurrent]' en 'alternatieven voor [concurrent]'
- Merkvragen: 'wat doet [jouw merk]' en 'is [jouw merk] geschikt voor B2B'
Die laatste categorie wordt vaak overgeslagen. Toch is het de meest verhelderende. Als een model je merk verkeerd omschrijft, weet je meteen waar je inhoud tekortschiet.
—Wie een AI-model noemt, bepaal je niet. Wat er over je te vinden is, wel.
Zo doe je het in een uur per maand
Voor een klein team is handmatig meten prima te doen. Je hebt een spreadsheet nodig en discipline.
- 1Maak een tabblad per platform: ChatGPT, Perplexity, Gemini. Begin met twee als je tijd krap is.
- 2Gebruik een tijdelijke chat of een uitgelogde sessie. Anders meet je je eigen geschiedenis.
- 3Stel elke vraag drie keer en noteer per keer: genoemd ja/nee, positie in de opsomming, genoemde concurrenten.
- 4Kopieer de geciteerde bronnen naar een aparte kolom. Hier zit je actielijst.
- 5Doe dit op een vaste dag in de maand. Trends zijn bruikbaar, losse metingen niet.
- 6Rapporteer één getal naar boven: het percentage vragen waarin je voorkomt, per platform.
Reken op 45 tot 75 minuten voor dertig vragen op twee platforms. Dat is te overzien. Wat niet werkt: het één keer doen, een grafiek maken en er daarna nooit meer naar kijken.
Tools, logfiles en wat ze wel en niet bewijzen
Er is inmiddels een reeks trackers die dit automatiseren, en de grote SEO-suites hebben er modules voor. Ze schelen tijd zodra je boven de vijftig vragen of meerdere talen uitkomt. Onder die grens is de meerwaarde beperkt. Wees ook kritisch op wat ze claimen: geen enkele tool heeft inzage in wat gebruikers werkelijk vragen. Ze draaien dezelfde prompts als jij, alleen vaker.
Hardere data haal je uit je serverlogs. Daar zie je welke AI-crawlers je site ophalen, en welke pagina's. Let op GPTBot en OAI-SearchBot van OpenAI, PerplexityBot, ClaudeBot en Google-Extended. Controleer meteen je robots.txt: we komen regelmatig sites tegen die deze bots blokkeren zonder dat iemand dat bewust heeft besloten. Dan hoef je verder niet te meten.
Van meting naar keuze
De cijfers zijn geen doel. Ze helpen je kiezen. Word je in 10 procent van de categorievragen genoemd en in 60 procent van de merkvragen? Dan is je inhoud prima, maar kent de markt je nog niet. Dat is een merkvraagstuk, geen contentvraagstuk. Zie je steeds dezelfde drie externe bronnen terugkomen in de citaties? Dan weet je waar je aanwezigheid moet regelen, ongeacht wat je op je eigen site publiceert.
Wat we eerlijk gezegd niet weten: hoeveel omzet hier op korte termijn uit komt. De volumes zijn nog klein vergeleken met klassieke zoekmachines, en de platforms veranderen hun gedrag zonder aankondiging. Daarom behandelen we AI-zichtbaarheid als merkwerk met een meetbare kant, niet als vervanging van je performancekanaal.
Begin klein. Dertig vragen, twee platforms, drie maanden achter elkaar. Daarna heb je een lijn in plaats van een momentopname, en een lijst met bronnen die je concreet kunt aanpakken. Bij REX.digital nemen we die nulmeting mee in de fundamentfase, omdat je zonder startpunt later niet kunt aantonen dat er iets is verbeterd. Zet de eerste meting deze week in je agenda; hij kost je één uur.